HOME     www.tegels-uit-rotterdam.com

 

 

Rotterdamse tegels uit de tweede helft van de 17e eeuw tot de eerste helft van de 18e eeuw
met afbeeldingen van herders in cirkel in achtpas op gesprenkeld fond met hoekmotief kwartrozet

 

herders 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


01
Stadsarchief Rotterdam 4030-1976-3195-09

Herderin in cirkel in achtpas op gesprenkeld fond met uitgespaarde kwartrozet,

nummer oud 173, nummer nieuw 09.

 

In het Stadsarchief Rotterdam bevindt zich onder de vele archiefstukken, welke betrekking hebben op tegels, een voorbeeldboekje (archiefnr. NL-RtSA-1976-3195) voor tegelschilders. Het is van grote waarde voor de studie naar de geschiedenis van de Nederlandse wandtegel.
Frederik Jacobus Kleijn (1819-1881) schonk het voorbeeldboek in juni 1876, samen met enkele losse voorbeeldbladen voor tegels en tegeltableaus, aan het Rotterdams archief.
Het voorbeeldboek bestaat uit een bundel van 96 tekeningen. De bladen, formaat circa 13,5 x 13,5 cm, zijn bij de meeste aan twee zijden afgesneden en bij zes bladen zijn de contourlijnen doorgeprikt.
Wanneer wij nu het voorbeeldboek bestuderen, dan valt op dat er een veelvoud aan motieven en stijlrichtingen in voor komt. De voorbeeldtekeningen, meestal pentekeningen in bruin, werden blauw of paars ingeschilderd, maar er komen ook combinaties van blauw en paars, alsook geel en rood voor.
Alle tekeningen zijn genummerd. Daarbij valt het op, dat zeven slechts één, 89 tekeningen daarentegen twee of drie nummers dragen. De oude nummering in de bruine kleur komt niet overeen met de volgorde in het boek.
Een met een potlood geschreven doorlopende nummering werd bij de archivering in het jaar 1976 uitgevoerd. De oude nummering loopt tot 193, de nieuwe slechts tot 96.
Het ligt voor de hand om het voorbeeldboek te willen dateren, maar dan komt men al snel voor problemen te staan, want er zijn decors bij, die gedurende lange tijd werden geschilderd.

Jan Pluis, De Nederlandse Tegel Decors en benamingen 1570-1930, Leiden 2013:
“ A.03.03.09 Herderin in cirkel in achtpas op gesprenkeld fond met uitgespaarde kwartrozet: bl geschilderd, p gesprenkeld; 1680 ...(R; ca. 1830). Vgl Bentz, Bruno, Carreaux de faiences hollandais des bains, Fouilles archeologiques de Marly,1992.
Opmerking: de daar gevonden tegels dateren van ongeveer 1685.

 

De herders (bucolische of pastorale) poëzie is in oorsprong een literair genre uit de klassieke oudheid (herdersdichten, van het Grieks boukolos = herder). Het is de verzamelnaam voor alle poëzie (maar soms ook wel proza- en toneelliteratuur) die geïnspireerd is op het landleven, dat dan geïdealiseerd wordt gezien door de bril van de stedeling die van het landleven vervreemd is. Ze beschrijft dan ook een wereld van gelukkige landlieden die een bestaan van natuurlijke vreugden en zorgeloosheid leiden. Meestal komen er herders, dieren zoals schapen en geïdealiseerde natuur in voor. Het belangrijkste kenmerk van een pastorale is zuiverheid: het verhaal speelt in een moreel zuivere omgeving, niet in een stad of aan een hof maar in een landelijk gebied. Ook de hoofdpersonen hebben een edel karakter: het zijn herders die macht en geld niet belangrijk vinden, en de voorkeur aan hun geliefde geven.

 

In welke Rotterdamse werkplaats zouden deze tegels geproduceerd kunnen zijn?
De volgende tegelbakkerijen waren in de tweede helft van de 17e en de eerste helft van de 18e eeuw in Rotterdam actief:
Oppert 1613 – ca. 1680 / Korte Wijnstraat 1613 -1682 / Goudsewagenstraat ca. 1626 – ca. 1726 / Hang, hoek Schrijnwerkerssteeg 1632 – 1714 / Glashaven 1638 – 1732 / Delftsevaart ca. 1640 – 1773 / Hoogstraat, Wapen van Dantzich 1643 -1841 / Schiedamsedijk - Leuvehaven ca. 1675 – 1853 / Hoogstraat tegenover het Gasthuis ca. 1672 – 1723 / Hoogstraat tegenover de Oosterkerk 1708 – 1748 / Delfshaven, Oudehaven 1641 – 1716 / Delfshaven, Oudehaven tot aan Kreeksloot 1683 – 1764.
Het voorbeeldblad en de negenentwintig herderstegels kunnen worden toegeschreven aan de tegelbakkerij Schiedamsedijk-Leuvehaven.
Misschien omdat Abram van Lier geen volwassenen opvolgers had, verkocht hij zijn bedrijf in December 1691 bij publieke veiling. Koper was zijn meesterknecht Pieter Janszn Aalmis (1648-1707). Hij overleed in 1707 op 58-jarige leeftijd. Zijn enige zoon Johannis of Jan (1674-1755), aan te duiden als Jan Aalmis senior, erfde de tegelbakkerij. Jan Aalmis senior was vele malen hoofdman van de meester-tegelbakkers en bekleedde daarnaast diverse openbare ambten. Jan senior liet na zijn overlijden in 1755 het bedrijf na aan zijn soons Jan junior (1714-1799) en Jan Bartolomeus (1725-1786). Jan drijft na den dood van zijnen vader, in 1755, de tegelbakkerij te zamen met zijnen broeder Jan Bartholomeus Aalmis; nadat deze in 1784 overleden is, komt hij alleen aan het hoofd van de zaak te staan; hij is dan reeds 70 jaar oud.
Jan Aalmis verkoopt 10 Sept. 1787 “de trafiek der tegelbakkerij” aan Laurens Verwijk.
Jan Aalmis sterft den 30 Sept. 1799 in den ouderdom van 85 jaar en wordt begraven in de Oosterkerk, No. 130.

 

Productie en gebruik van sponsen
Rechtstreeks op de tegel schilderen was zeldzaam. Tegelschilders gebruikten over het algemeen sponsen, om de contouren van het ontwerp vast te leggen. In tegelbakkerijen werden sponsen als volgt gemaakt en gebruikt: Er werd een afbeelding of tekening op de grootte van de beoogde tegelbeschildering genomen, meerdere vellen papier werden op een houten plank gestapeld, de tekening werd erop gelegd en het papier en het origineel werden vervolgens met spijkers vastgezet. De contouren van het sjabloon werden met een naald doorgeprikt. Na deze stap vertoonden de vellen papier onder het sjabloon de kenmerkende contouren van het spons als perforaties. De spons werd vervolgens op het tinglazuur van de tegel geplaatst. Een klein zakje, gemaakt van grof textiel en gevuld met houtskoolstof, werd gebruikt om op het spons te tikken. Dit vereiste enige ervaring en behendigheid. Het papier moest tijdens dit proces stevig op zijn plaats blijven en plat tegen de natte glazuurlaag liggen. Toen het papier na het tikken met het zakje werd opgepakt, lag de tekening als kleine stipjes houtskoolstof op het lichte tinglazuur. De houtas was in de stof van de zak en de gaatjes in het papier doorgedrongen en werd op zijn plaats gehouden door het nog natte tinglazuur. De schilder had nu de contouren van de tekening voor zich, die hij met een fijn penseel en kobalt- of mangaanglazuur overtrok, waardoor de schildering op het tinglazuur werd aangebracht. De resterende houtskoolstof verbrandde tijdens het daaropvolgende tweede brand van de tegels.

 

Gesprenkelde tegels
Omstreeks het midden van de 17e eeuw ontstond een nieuw tegeltype, waarbij de voorstelling in een cirkel of vierkant was geschilderd, terwijl het vlak daarbuiten met penseelstreken, of soms ook wel stippen, was gevuld.
De met penseelstreken of stippen gevulde grond werd spoedig vervangen door een gesprenkelde grond. Dit tegeltype werd in de tweede helft van de 17e eeuw populair.
Bij het sprenkelen van de tegel werd het gedeelte dat wit moest blijven om naderhand beschilderd te kunnen worden, afgedekt met een sjabloon van koper, messing of zink.
De eenvoudigste sjabloon bestaat uit een ronde schijf of een vierkant. Bij gecompliceerde sjablonen, bijv. voor een tegeltype met een uit te sparen hoekfiguur, worden de verschillende delen ervan met gebogen draden met elkaar verbonden.
De sjabloon wordt op de eenmaal gebakken tegel gelegd, die reeds is voorzien van een laagje poedervormig tinglazuur. De schilder neemt dan een borstel van varkenshaar met daarin de keramische verfstof (suspensie in water) en strijkt met een mes over de borstelharen, zodat de verfstof zich in fijne druppeltjes over het vrij gebleven deel van de tegel en over de sjabloon verdeelt.
In de tweede helft van de 18e eeuw was de belangstelling voor gesprenkelde tegels al niet zo groot meer.

 

 

Herders gaan naar links

herders
02

herders
03

 

 

herders
04

herders
05

 

 

herders
06

herders
07

 

 

herders
08

herders
09

 

 

herders
10

herders
11

 

 

herders

herders

12

13

* Veel van de afbeeldingen lijken op elkaar, maar je kunt zien dat ze door verschillende personen zijn geschilderd.

 

 

Herders gaan naar rechts

herders
14

herders
15

 

 

herders
16

herders
17

 

 

herders
18

herders
19

 

 

herders
20

herders
21

 

 

herders
22

herders
23

 

 

herders24

herders25

 

 

herders
26

herders
27

 

 

herders
28

herders
29

 

 

 

 

Herderinnen gaan naar links

herders
30

herders
31

 

 

herders
32

herders
33

 

 

herders
34

herders
35

 

 

herders
36

herders
37

 

 

herders
38

herders
39

 

 

herders
40

herders
41

 

 

herders
42

herders
43

 

 

herders
44

herders
45

 

 

herders
46

herders
47

 

 

herders
48

herders
49

 

 

herders
50

herders
51

 

 

herders
52

herders
53

 

 

herders
54

herders
55

 

 

herders
56

herders
57

 

 

herders58

herders
59

 

 

herders
60

herders
61

 

 

herders62

 

 

 

 

 

Herderinnen gaan naar rechts

herders
63

herders
64

 

 

herders
65

herders
66

 

 

herders
67

herders
68

 

 

herders
69

 

 

 

Dankbetuiging
Ik wil iedereen die mij de afbeeldingen voor dit verslag heeft aangeleverd hartelijk bedanken. Mijn speciale dank gaat uit naar de heer Jan Pluis voor zijn waardevolle hulp.
Zoon Norbert dank ik voor het redigeren en publiceren van het rapport.

 

Literatuur
L. de Laigue, Une faiencerie à Rotterdam aux XVIIe et XVIIIe siècles, in: La revue de l’art ancien et moderne, Paris, 2e année, tome IV, no 18, 10 septembre 1898 (227-240).
* Beschrijving van de inhoud, met reproductie van teen voorbeelden.
* L. de Laigue werd op het boekje attent gemaakt door de Rotterdamsche bibliothecaris M. van Rijn.
H. C. Gallois, “Over Rotterdamsche tegels” in Mededelingen van den Dienst voor Kunst en Wetenschappen der Gemeente ’s Gravenhage, I, 1919, p. 18-25.
A. Hoynck van Papendrecht, De Rotterdamsche Plateel-en Tegelbakkers en hun product. 1590-1851, Rotterdam 1920.
Jan Pluis, Nederlandse gesprenkelde tegels met een geschilerde voorstelling, in TEGEL 5, Otterlo 1975.
Bentz, Bruno, Carreaux de faiences hollandais des bains, Fouilles archeologiques de Marly,1992.
Jan Pluis, Reinhard Stupperich, Mythologische voorstellingen op Nederlandse tegels,
Metamorphosen van Ovidius, Herders, cupido’s en zeewezens, Leiden 2011.
Jan Pluis, De Nederlandse Tegel, decors en benamingen 1570-1930, derde herziene en vermeerderde druk, Leiden 2013.

 

Wilhelm Joliet, 2001
ROTTERDAMSCH MODELLENBOEK VOOR TEGELS
https://www.tegels-uit-rotterdam.com/rotterdams_modellenboek_voor_tegels_pdf.html

* Voor tegels met meerdere herders kunt u mijn publicatie raadplegen op
https://www.tegels-u it-rot terdam.com/villers.html
https://www.tegels-uit-rotterdam.com/figueira_de _foz_landschaft_hirtenfliesen.html